Landelijke ontwikkelingen
Programma ministerie Jeugd en Gezin

Jeugd en gezin staan centraal in het beleid van het kabinet Balkenende IV. Sinds februari 2007 is er zelfs een programmaminister voor Jeugd en Gezin aan het werk: André Rouvoet. Het programmaministerie voor Jeugd en Gezin behelst een brede aanpak van zorg en bescherming voor kinderen, jongeren en gezinnen. Bij de samenwerking zijn de ministeries betrokken van VWS, Justitie, Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Eén van de speerpunten van het beleid van minister Rouvoet is de oprichting van Centra voor Jeugd en Gezin (CJG). Doelstelling is dat er in 2011 in elke gemeente tenminste 1 CJG opgericht is.

 

Kijk voor meer informatie bij Gemeentelijk Beleid in het dossier Ouder- en Kindzorg.

 
Landelijke ontwikkelingen
Perinatale Sterfte

Nederland neemt internationaal een middenpositie in als het gaat om babysterfte. Dit blijkt uit de meest recente cijfers uit de Peristat 2 studie. In dit tweede Europese onderzoek naar perinatale sterfte  zijn de sterftecijfers uit het peiljaar 2004 van baby's voor, tijdens of na de geboorte tussen 26 landen vergeleken. Met een sterftecijfer in Nederland van een op de honderd scoren alleen Frankrijk en Letland slechter. Het vorige onderzoek had 1999 als peiljaar en is gepresenteerd in 2004. Toen had Nederland het hoogste sterftecijfer van 15 EU landen. Hoewel er verschillende aanwijzingen zijn, geeft het onderzoek geen verklaring voor de slechte score.

 

In de zomer van 2008 is de Stuurgroep Zwangerschap en geboorte opgestart om de stand van zaken rondom zwangerschap en geboorte in Nederland te analyseren, Wat zijn de belangrijkste oorzaken van maternale en perinatale sterfte en morbiditeit? Vervolgens zijn voorstellen uitgewerkt om deze oorzaken aan te pakken en daarmee de zorg rond zwangerschap en geboorte te verbeteren.


 
Landelijke ontwikkelingen
Advies Stuurgroep zwangerschap en geboorte

Woensdag 6 januari 2010 heeft de Stuurgroep Zwangerschap en Geboorte het eindadvies "'...een goed begin; Veilige zorg rond zwangerschap en geboorte" aan dhr. A. Klink, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangeboden. Aan de totstandkoming van het advies hebben ruim zeventig vertegenwoordigers van cliënten, beroepsgroepen, verzekeraars en relevante koepels meegewerkt.


Om het aantal maternale en perinatale sterftegevallen als gevolg van substandaard factoren in de zorg in de komende vijf jaar te halveren, formuleert de Stuurgroep in haar advies concrete aanbevelingen, die op de volgende zeven speerpunten neerkomen:


1. Moeder en kind in de hoofdrol
Luister naar de verwachtingen, wensen en angsten van de zwangere en betrek actief haar leefomgeving. Hierdoor krijgt de zorg een lerend karakter waarin naast de medische ook de (psycho)sociale aspecten de juiste aandacht krijgen.

 

2. ‘Gezond oud worden, begint al in de baarmoeder'
Vrouwen moeten gezonder aan een zwangerschap beginnen. Dit vereist een kanteling van een reactieve naar een meer proactieve benadering van de zorg rond zwangerschap en geboorte. Het betekent vooraf de best mogelijke condities voor een eventuele zwangerschap creëren en niet afwachten totdat zich tijdens de zwangerschap of bevalling risico's voordoen.

 

3. Goed geïnformeerde zwangere
Ook de zwangere heeft een eigen verantwoordelijkheid om haar zwangerschap zo gezond en veilig mogelijk uit te dragen. Hierin moet zij worden ondersteund door heldere en eenduidige voorlichting over alle facetten van de zwangerschap, bevalling en kraamperiode.

 

4. Samen verantwoordelijk
Alle professionals vormen een netwerk om samen een zo gezond en veilig mogelijke zorg rond zwangerschap en geboorte te bieden. Dit vereist bindende afspraken over kwaliteit, registratie, verantwoording en transparantie. Instrumenten daarvoor zijn: een landelijk College Perinatale Zorg, actieve participatie in verloskundige samenwerkingsverbanden (VSV's), en voor iedere zwangere een casemanager, geboorteplan en verplicht huisbezoek.

 

5. Specifieke en intensieve aandacht voor vrouwen uit achterstandssituaties
Voor vrouwen woonachtig in achterstandswijken, van niet-westerse afkomst en/of met een lage sociaaleconomische status moet er aanvullend op de aanbevelingen uit dit advies, een nationaal programma ‘zwanger in achterstandssituaties' komen. Met daarin doelgroepspecifieke voorlichting, preventie en intensivering van begeleiding.

 

6. Bevallende vrouw niet alleen
Vanaf het begin van de bevalling wordt de zwangere niet meer alleen gelaten. Zij wordt begeleid door een kraamverzorgende of O&G-verpleegkundige en bewaakt door een medisch professional.

 

7. 24/7 beschikbaarheid en bereikbaarheid
Op ieder moment, dus overdag, 's avonds en in het weekend, moet de zwangere er op kunnen rekenen dat de noodzakelijke behandeling binnen 15 minuten kan starten.

 

In juni heeft demissionair minister Ab Klink aangegeven dat hij de onderzoeksagenda Perinatale Sterfte steunt.

 


 
Landelijke ontwikkelingen
Perinatale Sterfte... aandacht in de media

 

Op dit moment is er in de media veel aandacht voor Perinatale Sterfte. Verschillende onderzoeken hebben de media gehaald waarin het huidige verloskundige systeem ter discussie wordt gesteld: risicoselectie in de eerste lijn, de thuisbevalling... veilig of niet? Deskundigen bleken van mening te verschillen over de betekening van cijfers en over de kennis die nodig is om de Nederlandse situatie te verbeteren.

 

De KNOV heeft op haar website een uitgebreid overzicht van nieuwsitems en rapporten op dit gebied. Kijk voor meer informatie op de website van de KNOV.

 

Huidige ontwikkelingen

De adviezen van de stuurgroep Zwangerschap en Geboorte worden inmiddels verder uitgewerkt. Verlaging van de babysterfte vraagt onder andere om een verbetering van samenwerking en risico-inschatting in alle onderdelen van de verloskundige keten. In de discussie geven de onderzoekers de volgende mogelijkheden:

  • Verbeteren van de bewaking rond de bevalling.
  • Verbeteren van het transport bij noodgevallen.
  • Verbeteren van de informatieoverdracht tussen professionals in de keten.
  • Ontwikkeling van een beter systeem van risico-inschatting in de gehele verloskundige keten

Het onderzoek sluit aan op het advies van de Stuurgroep Zwangerschap en Geboorte (januari 2010). In dat advies zijn deze en tal van andere aanbevelingen opgenomen die de babysterfte en de gevolgrisico's van zwangerschap en geboorte voor moeder en kind moeten verlagen. Het College Perinatale Zorg in oprichting (CPZio), waarin alle betrokken beroepsgroepen zijn verenigd, onderschrijft het belang van dit onderzoek en de bevindingen. Het CPZ io heeft tot taak deze aanbevelingen te implementeren en ziet er de bevestiging in van zijn belangrijke taak.

 

Vanuit Lijn1...

...bieden we informatie over de huidige ontwikkelingen vanuit het land en regio door te informeren, in gesprek te gaan met verloskundigen en te werken aan het maken van ketenafspraken. Het District Verloskundig Platform gaat hier een steeds grotere rol in spelen. De deelnemers hebben ingestemd met het voorstel om als adviserend platform te gaan fungeren waarin we als keten aan de slag gaan met de adviezen van de stuurgroep. De werkgroep ketensamenwerking (verloskundigen uit ieder VSV, gynaecologen, kraamzorg en JGZ) is in september gestart om de huidige keten van de cliënt in kaart te brengen, te kijken waar afspraken over zijn gemaakt, waar knelpunten liggen en wat de ideale keten zou zijn. Vanuit hier gaan we aan de slag met het maken van ketenafspraken en het verbinden hiervan.

 

Vragen? Neem contact op met Daphne Metaal, adviseur met aandachtsgebied Ouder- en Kindzorg

d.metaal@lijn1haaglanden.nl

 


 
Landelijke ontwikkelingen
Kwaliteitskader Vervroegde Partusassistentie kraamverzorgenden

Onlangs hebben de KNOV en Actiz het Kwaliteitskader vervroegde partusassistentie kraamverzorgenden gepresenteerd. Continue begeleiding is één van de speerpunten van de KNOV en ActiZ om de vrouw en haar baby tijdens de zwangerschap en de bevalling beter te ondersteunen. De Stuurgroep zwangerschap en geboorte ziet dit ook als instrument om de relatief hoge babysterfte in Nederland te verminderen. Continue begeleiding betekent dat zwangere vrouwen tijdens hun bevalling niet alleen worden gelaten. Onder regie en verantwoordelijkheid van de verloskundige kan in de vroege fase van de bevalling ook een kraamverzorgende worden ingezet voor de continue begeleiding. Daarover hebben verloskundigen en kraamzorgorganisaties afspraken gemaakt en vastgelegd in een kwaliteitskader.

 

 
Landelijke ontwikkelingen
Landelijk Kenniscentrum Psychiatrie en Zwangerschap

De zorg voor zwangere vrouwen met psychische klachten of stoornissen moet beter. Meer onderzoek, nieuwe behandelstrategieën, medicijnprotocollen en screeningsmethoden zijn nodig. Multidisciplinaire kennisuitwisseling en samenwerking zijn hierbij essentieel.

 

Het Landelijk Kenniscentrum Psychiatrie en Zwangerschap is een initatief van professionals, werkzaam binnen het gebied psychiatrie en zwangerschap. De website, www.LKPZ.nl is het belangrijkste communicatiemiddel.

 

In september 2010 vond het openingssymposium "Psychiatrie en Zwangerschap; vol verwachting en uit balans" plaats in Corpus in Oegstgeest. Op de website kunt u hiervan ook de presentaties terug lezen.